|
De 3*- duikopleiding van de Waterman volgens het systeem van de
Nederlandse Onderwatersport Bond
Hoe ziet
de opleiding eruit?
De 3*-duiker, ofwel de Dive Master heeft een aantal functies die hij kan bekleden.
In deze opleiding bereiden wij hem daarop voor.
In het eerste hoofdstuk wordt bijvoorbeeld aandacht besteed aan materialen. Het is een vervolg op wat er eerder in de
opleidingen over materialen is verteld. Met deze kennis kan hij beginnende duikers adviseren over materialen. Het hoofdstuk is
niet bedoeld als aanmoediging om zelf aan duikapparatuur
te gaan sleutelen.
De 3*-duiker kan de instructeur assisteren bij het opleiden van duikers. Hoe doe je dat? En waar moet je rekening mee houden?
Dit zijn vragen die in hoofdstuk 2 aan de orde komen.
Tenslotte is er het omvangrijke hoofdstuk 3 over de laatste inzichten in de decompressietheorie. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling
dat de cursist hoofdstuk 3 uit zijn hoofd leert. Wél willen we uitleggen wat de huidige stand van zaken is in de
decompressietheorie, welke theorieën er zijn en met name wat die theorieën betekenen voor de manier waarop de cursist duikt. Weet
de cursist met welk decompressiealgoritme zijn duikcomputer rekent? En weet hij eigenlijk wel precies hoe zijn computer
werkt? Welke factoren hebben invloed op het ontstaan van decompressieziekte en hoe kan de cursist dat vertalen naar ‘zo
veilig mogelijk duiken’?
De cursist
krijgt kennis aangereikt, maar wordt niet verplicht een
decompressieduik te maken: daarvoor is de specialisatie
Decompressieduiken bedoeld. In de praktijkles wordt geoefend met
het berekenen en uitvoeren van een Pyle-stop. Ook de
specialistatie “Redden” is verplichting voor het verkrijgen van
het 3* brevet.
|
Theorieles 2 st |
Zwembadles |
Buitenwaterles |
|
1.
Het begeleiden van duikers
Les I: aandacht voor taken en bevoegdheden 3*-duiker;
assisteren bij de opleiding en adviseren over materiaal
wordt ‘droog’ geoefend
Les
II: aandacht voor 3*-duiker als coördinator groepsduik;
wat komt er allemaal kijken bij voorbereiding en
uitvoering? Er wordt ‘droog geoefend’ |
|
|
|
 |
Zwembadles 1 waarin demonstratievaardigheden en
‘instructietaal’ centraal staan
|
|
|
|
Zwembadles 2 waarin demonstratievaardigheden en
‘instructietaal’ centraal staan |
|
|
|
 |
3*-duiker als begeleider; Check de Stek en
Veiligheidsbeoordeling (1) |
|
|
|
3*-duiker als begeleider; Check de Stek en
Veiligheidsbeoordeling (2) |
|
|
|
3*-duiker als coördinator groepsduik; voorbereiding en
uitvoering groepsduik |
|
2. Decompressie
Les I: duikcomputers staan centraal ; de werking van de
eigen duikcomputer wordt onderzocht
Les II: het plannen van een Pyle-stop
Les III: factoren die het ontstaan van
decompressieziekte |
 |
Tijdens een diepe duik (géén decompressieduik) plant de
cursist een diepe stop en voert deze uit |
|
4.Materialen
Facultatief: les waarin de werking van bijv. automaten
wordt uitgelegd |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Voordat de cursist zijn 3*-duikbrevet kan aanvragen,
moet hij in totaal 60 buitenwaterduiken hebben gemaakt |
|
|
|
|
Specialisatie Redden
|
|
|
Theorieles
-Organisatie van een
reddingsoperatie
-Eerste hulp bij
duikongevallen/reanimatie
-
Zuurstof toedienen
-
Duikersaandoeningen
|
|
Praktijkles
-
Ongevallensimulaties |
|
|
|
Wat mag
een 3* duiker en waar moet ik aan voldoen 2*-duiker
De
3*-duiker wordt opgeleid als ‘begeleidend duiker’. Hij leert in
het onderdeel Redden hoe hij moet reageren bij een duikongeval.
Ook leert hij hoe hij duikers in opleiding kan begeleiden door
duiktechnieken met hen te oefenen.
Tenslotte
worden hem recente inzichten in de decompressietheorie
aangeboden. Ook de 3*-duiker duikt binnen de nultijden.
Voordat
het 3*-duikbrevet kan worden aangevraagd, moet hij in totaal
minimaal 60 duiken hebben gemaakt. De duiken uit zijn vorige
opleiding tellen hierbij mee, evenals de duiken die hij maakt in
het kader van zijn opleiding. Tevens moet hij beschikken over
een van de volgende specialisatiebrevetten: Wrakduiken;
IJsduiken; Driftduiken; Objectkartering; Zoeken en bergen.
Om
deel te kunnen nemen aan de opleiding tot 3*-duiker moet hij:
- lid zijn
van de NOB; (geregeld via de vereniging)
- minimaal
18 jaar zijn;
-
beschikken over een geldige medische goedkeuring voor het
beoefenen van de duiksport;
-
beschikken over het 2*-duikbrevet of een gelijkwaardig ander
brevet;
De
3*-duiker wordt in de Engelse benaming aangeduid als Dive Master.
Dit is een internationaal bekende benaming, waarvan de
bevoegdheden aansluiten bij wat de NOB-3*-duiker in zijn
opleiding heeft geleerd.
Een
3*-duiker staat voor de keuze of hij zich verder gaat
specialiseren in het duiken óf dat hij kiest voor de
instructiekant: de opleiding tot 1*-instructeur. Hij kan het
natuurlijk ook allebei doen.
De
3*-duiker kan kiezen uit alle specialisaties, inclusief
Decompressieduiken, Nitrox gevorderd en Introductie
Grotduiktechnieken.
|